Over Ina

Over Ina

Ina werd geboren in Tienen, op een suikerzoete meidag in 1959. Ze ontdekte de wereld  en de grote spannende verhalen op de boerderij van haar grootvader.

Ina geloofde in verhalen, die toch van ergens moesten komen. Als je ze kon navertellen, moesten ze toch echt gebeurd zijn, niet? Al van jongsaf  wou ze een verhalenvertelster worden.  Dat was haar droom. Ze groeide op tot een avontuurlijke tiener in Rijkel , Limburg. Op school  studeerde ze Latijn en Grieks en later ging ze naar de unief om Germaanse Filologie te studeren, natuurlijk omwille van de  verhalen en de  boeken.

Ina werkte daarna als medewerkster aan het Consulaat-Generaal van Belgie in Johannesburg (Zuid-Afrika). Ze was journaliste voor Top-magazine voor Tieners in Averbode.  Later werd ze scenariste/programmamedewerkster bij de VRT  . Daar besefte ze dat het eindelijk tijd werd om haar verhalen ook neer te schrijven. Witte Pijn werd haar debuut. Na haar televisieavontuur werkte Ina als persmedewerkster en later als uitgever bij Clavis Uitgeverij.

Ina verbleef enkele jaren in Friesland en Italië, de verhalen achterna.

Nu geeft Ina schrijfcursussen en schrijft ze scenario’s en boeken.

Ina heeft twee kinderen waarvan ze zielsveel houdt: Beth en Pieter. Mijn mooiste creaties, zegt ze zelf. En uiteraard is ze verliefd op haar knappe kleinzoons: Simon, Ruben en Matthias.

En kijk, Ina heeft alles verwezenlijkt waar ze ooit van droomde: verhalen vertellen, schrijven en altijd verliefd blijven.  

Nog meer lezen?

Tot vijf jaar leefde ik met mijn ouders op de boerderij van mijn grootvader. De wereld was ontzettend groot en spannend en ik was klein en nieuwsgierig. Dat was de tijd waarin God nog alles zag, en mijn grootvader ook. Ik luisterde onder de tafel  naar de grote verhalen van de grote mensen luisterde.

 We verhuisden naar Linden, papa, mama, mijn broer Dan en mijn zusjes Agnes en Lieve. Ik zag de buik van mama dikker worden. Dat begreep ik niet. Maar later wel. Mijn broertje Geert zat erin.

 Ik was een avontuurlijk kind en verzon alle mogelijke spannende avonturen. In de beek naast de school lag goud. Dat wist ik zeker. Ik heb geen goud gevonden, maar dat is omdat ik niet genoeg gezocht heb! In de bossen woonden elfen en kabouters en feeën. Maar als ik ze wou laten zien aan mijn vriendjes, waren ze plotseling te schuw om zich te tonen. Papa las voor uit Jommeke. De koningin van Onderland. Ik geloofde het. Ik geloofde dat er boze mensen bestaan die kinderen ontvoeren en in de kelders van een kasteel opsluiten. Daarom ging ik ook spieden bij het kasteel van Linden. Om te zien of er geen kinderen opgesloten zaten.

 Mijn passie voor het verhaal groeide, samen met mij.

 Toen ik tien werd verhuisden we opnieuw, naar Rijkel, een klein dorpje in Limburg. En daar vond ik weer de weidsheid, de natuur en het avontuur. Ik begon zelf verhalen te schrijven, stripverhalen te tekenen en gedichtjes in te sturen naar tijdschriften. Mijn oma (én meter) was zo trots op mij als er een tekening of een gedicht gepubliceerd werd, in haar tijdschrift, nota bene, dat ze mij aan jan en alleman en ook aan de pastoor vertelde.

Pastoors was ook zoiets in mijn leven. Pastoors mochten met God praten. Dat wou ik ook wel, maar ik was én een meisje én te klein. Daar wou ik verandering in brengen als ik groot was. Dat kon eigenlijk niet. Maar dat is een ander verhaal.

 In het secundair onderwijs kwam Top op de proppen en René Swartenbroeckx. Natuurlijk koos ik voor Latijn-Grieks, daar lagen de verhalen zomaar voor het oprapen. En ik zou toch schrijver worden! Ik won enkele schrijfwedstrijden voor Top-Magazine voor tieners. Op zo’n klimtocht in Freyr leerde ik René Swartenbroeckx, Karel Verleyen, Katrien Seynaeve en Eric Stijnen kennen. Nu was er geen weg meer terug. Els Beerten haalde als eerste de top van de rots. En dus werden we vrienden.

 Ik schreef dagboeken, (vele en lange) brieven, kortverhalen, liedjes voor de gitaar, en gedichten. Het was een heerlijke tijd.

Daarna werd het moeilijk om te kiezen: geneeskunde of Germaanse. Een journalistieke opleiding bestond in die tijd nog niet. Het werd Germaanse. Kon ik me weer onderdompelen in talen, verhalen en boeken.

Ik trouwde met een geneesheer, dus dat kwam goed uit. We trokken met ons dochtertje Beth naar Zuid-Afrika. In de tijd van apartheid. Nelson Mandela zat nog opgesloten op Robbeneiland en Soweto was een getto. Wij woonden in het Baragwanath ziekenhuis, aan de rand van Soweto. Het werd een onderdompeling in verschillende culturen. En het land waar Pieter werd verwekt. Mijn zoon Pieter werd geboren in België, dat vonden we veiliger.

Ik begon aan mijn eerste jeugdroman over Soweto te schrijven en stuurde het manuscript naar de Van Maerlantprijs voor debutanten. Ik won met Egoli, de gouden stad. En daar leerde ik Kolet Janssen kennen. Door omstandigheden werd het manuscript geen boek. Maar dat kan altijd nog.

In 1989 begon ik als redacteur voor TOP-Magazine voor tieners te werken. Ik werd het gezicht van de TOP-club.

Clouseau begon nog maar net, van Stef Bos had nog niemand gehoord en ik mocht zelfs de grote Bram Vermeulen interviewen. Ik organiseerde de leukste wedstrijden, uitstapjes en belevenissen voor jongeren van de TOP-club. Een droomjob

Toen Mic Billet, programmamaker bij de BRTN, mij vroeg of ik wou meewerken aan Mikpunt, een programma over vrijwilligerswerk in Vlaanderen, moest ik geen drie seconden nadenken. Mikpunt werd de voorloper van alle human interest programma’s die je nu op het scherm te zien krijgt. Een leerrijke tijd. Daarna volgde Klakkebus, Van-a-1,van a-2, een heleboel andere programma’s en uiteindelijk de Nieuwe Droomfabriek.

Behalve enkele Vlaamse Filmpjes had ik niets meer geschreven. Na de Nieuwe Droomfabriek wou ik opnieuw gaan schrijven. Het werd ‘Witte Pijn’. Mijn eerste echte boek. Mijn debuut!  And the rest is history.

Met Merg en Bloed schreef ik het ontstellende verhaal van meisjes die tijdens een hongersnood gedood worden. Maar alleen Anana blijft leven.
Omdat ik geboeid bleef door sterke meisjes, overlevers, volgden meteen de titels: Hartsteen, de Piratenkoningin, Mijn Stilte en natuurlijk Little Black Spiders.

Website door Emilie Govaerts